Biografie van Dostojevski

F.M. Dostojevski 1821 – 1881

Zijn vader

Dostojevski’s vader was arts in het Marinski ziekenhuis voor de Armen, een filantropische instelling in Moskou, waar Fjodor, een van de zeven kinderen, op 30 oktober 1821 werd geboren.

Vanaf het begin, zegt Stefan Zweig, is hem zo zijn plaats gegeven, aan de grens van het bestaan bij de verachten. Tot de eerste indrukken van Dostojevski behoort de dagelijkse aanblik van de zieken die, in vaal grauwe kleren gehuld, als schaduwen door de ziekenhuistuin sluipen. ZiekenhuisDe hele omgeving was door armoede getekend en Dostojevski leert wat armoede met mensen doet. Die armoede heerste niet in hun gezin. Hij groeide op in een gezin met privé – personeel. Zijn vader kocht een landgoed met lijfeigenen waar de familie in de zomermaanden kon verblijven om aan de hitte en de stank van Moskou te ontkomen. Dostojevski’s vader is na de dood van zijn vrouw verslaafd geraakt aan de alcohol, gedraagt zich als een bruut tegenover zijn lijfeigenen en geeft zich over aan seksuele uitspattingen met de familie van zijn lijfeigenen. Om die reden wordt hij door een groep lijfeigenen op zijn eigen landgoed vermoord. Een moord die Dostojevski, dan 18 jaar oud, aangrijpt, omdat hij zijn vader haat en hem vaak heeft dood gewenst. Zijn vader was een tiran die zijn kinderen strak en streng opvoedde en angst inboezemde. De dood van zijn vader bezorgde Dostojevski een enorm schuldgevoel. Vooral omdat hij hem niet alleen haatte, maar ook liefdevolle gevoelens voor hem had en ook zo over hem kon schrijven. Zijn hele leven heeft Dostojevski van deze gebeurtenis last gehad.

Mikhail Andreevich Dostoyevsky

Mikhail Andreevich Dostoyevsky

Zijn moeder

MoskouZijn moeder had als koopmansdochter een voor meisjes van die klasse ongewoon brede culturele opvoeding genoten. Door zijn opvoeding krijgt Dostojevski een grondige kennis van de Russisch orthodoxe kerk en leer én van de Westerse cultuur, de Verlichting en de protestantse traditie. Sinds zijn kinderjaren is hij vertrouwd met de orthodoxe liturgie en thuis krijgt hij godsdienstlessen van een diaken. Zijn moeder leest hem vanaf zijn vroege jeugd Bijbelse verhalen voor en het boek Job raakte hem al als kind van tien. Een boek dat hij, ook op latere leeftijd, niet kan lezen zonder te huilen, zoals hij in ’het dagboek van een schrijver’ vertelt. Als hij in 1873 op zijn jeugd terugblikt, schrijft hij:

Ik stam uit een echte Russische en vrome familie. Zover mijn herinnering teruggaat herinner ik mij de liefde van mijn ouders voor mij. Wij kenden bij ons thuis het Evangelie welhaast van onze eerste kindsheid af. (…) Een bezoek aan het Kremlin en de Moskouse kathedralen was voor mij iedere keer weer een soort plechtige gebeurtenis.

Zijn moeder is een gelovig en zachtmoedig mens. We komen haar tegen in de vertelling ‘een kleine held’ in de persoon van Madam M. van wie gezegd wordt:

“Er zijn vrouwen, die tijdens hun leven zijn als de zusters van barmhartigheid.. schatten aan meeleven, troost en hoop rusten in deze zuivere harten…, die zelf zo vaak verwond zijn, die veel treuren, meer als andere liefhebben, maar de eigen wonden behoedzaam voor iedere nieuwsgierige blik verbergen, want echt diep leed zwijgt en verbergt zich.”

Maria Fyodorovna Dostoyevskaya

Maria Fyodorovna Dostoyevskaya

Dostojevski afgestudeerd ingenieur

Dostojevski afgestudeerd ingenieur

Sint Petersburg

In 1837 sterft zijn moeder aan tbc. Dostojevski gaat naar St. Petersburg om de opleiding tot genieofficier te volgen, hij is dan 16 jaar oud. Daar studeert hij zes jaar later af, maar het werk van technisch tekenaar ligt hem niet.

Het leven en mensen studeren – dat – daarin ligt mijn hoogste doel en vreugde, schrijft hij in diezelfde tijd in een brief. In St. Petersburg zullen zich zijn eerste romans (o.a. Misdaad en Straf) en verhalen afspelen.

St. Petersburg

St. Petersburg

St. Petersburg, een nieuw aangelegde stad, is in zijn dagen het toonbeeld van orde en discipline, alleen al door zijn ontworpen lange brede straten, kanalen en grote pleinen. Iedere vijfde burger draagt een uniform, drie kwart van de inwoners zijn mannen. Maar achter deze façade van rationaliteit, orde en tucht, gaat een andere wereld schuil, de wereld van de huurkazernes, stinkende kanalen, donkere achterplaatsen, smerige kroegen en slechte onderkomens. Het is de stad die ligt op de (snel overstroomde) oevers van de rivier de Newa, een stad van de schijn en zonder vaste grond, die zich weerspiegelt in haar inwoners wier leven geen bodem heeft.   “De meest uitgedachte stad van de wereld” is tegelijkertijd “de stad van de waanzinnigen.”

Revolutionair

In 1845 maakt hij zijn debuut met de novelle ‘arme mensen’. Hij wordt bejubeld, maar al snel slaat de stemming om en wordt hij door zijn critici, waaronder grote namen, met de grond gelijk gemaakt.

Dostojevski 1847

Dostojevski 1847

In de dubbelganger dat daarna verschijnt gaat het om een mens die geen plekje kan vinden waar hij veilig is voor de boze buitenwereld, een gevolg van zijn innerlijke dakloosheid. Dostojevski, ook innerlijk dakloos, vindt onderdak bij een revolutionaire beweging die de bevrijding van de lijfeigene wil en betere sociale omstandigheden. Daardoor wordt hij verdacht bij de geheime dienst van de tsaar. Tot het eind van zijn leven zal hij verdachte blijven. Het lidmaatschap van deze organisatie brengt hem, 28 jaar oud, voor het vuurpeloton. Aan een van zijn medegevangen zegt hij ‘dat we met Christus zullen zijn.’

Op het allerlaatste moment wordt hem en zijn kameraden gratie verleent. In zijn roman ‘de Idioot’ vertelt vorst Myschkin over een man die slachtoffer wordt van een schijnexecutie . Hij herinnerde zich alles met uitzonderlijke helderheid en zei dat hij nooit iets zou vergeten van deze ene minuut.

 

vuurpeleton

“Ik stond in de 2e rij. Van het leven bleef niet meer over dan één minuut.”

Het strafkamp

Op 24 december wordt hij, zwaar geketend, op transport gezet naar Siberië.

 “Zeer verdrietig was het moment, toen wij over de Oeral trokken. De paarden en de sleeën zakten weg in de sneeuw.. voor ons lag Siberië…; achter ons…. ons hele verleden.”

In het strafkamp moet hij leven onder onmenselijk zware omstandigheden. Met 150, meest zware criminelen, in één stinkende barak.

Strafkamp

 

“Het zijn ruwe, getergde en verbitterde mensen. De haat tegen de adel is grenzeloos ( Dostojevski’s vader was in de adelstand verheven)….. Het liefst hadden ze ons verslonden, als ze gekund hadden.. 150 vijanden werden niet moe ons te vervolgen; dat was hun enige plezier, hun afleiding en hun tijdverdrijf,.. onze onverschilligheid en morele superioriteit waren onze enige bescherming.”

In de winter werken bij temperaturen van 40 graden onder nul. In de zomer de extreme hitte doorstaan. Volgens Freud ervaart hij het als de straf die hij moet ondergaan voor de doodswens van zijn gehate vader, een motief dat o.a. terugkeert bij de oudste zoon in de ‘broers Karamazov’. In een brief aan zijn broer schrijft hij in 1854 vanuit Omsk over de jaren van zijn dwangarbeid:
“We hadden het erg zwaar te verduren. De militaire dwangarbeid is zwaarder dan de civiele. Al die vier jaren leefde ik onafgebroken in de gevangenis, achter muren en kwam er alleen uit voor werk. Het werk dat we kregen was zwaar, natuurlijk niet altijd, en het gebeurde wel eens dat ik aan het einde van mijn krachten raakte, bij druilerig weer, bij nattigheid, bij slijk of in de winter bij ondraaglijke kou. Een keer heb ik een uur of vier op spoedwerk doorgebracht toen het kwik bevroren was en het misschien een graad of 40 vroor. Mijn voet bevroor. We woonden in een meute met z’n allen, in één kazerne. Stel je een oud, vervallen houten gebouw voor, dat men al lang had moeten afbreken en dat geen dienst meer kan doen. ’s Zomers is het er ondraaglijk benauwd, ’s winters is de kou niet te harden. Alle vloeren zijn verrot. Het vuil ligt centimeterdik op de vloer, je kunt er op uitglijden en vallen. De kleine ramen zijn berijpt, zodat je de hele dag bijna niet kunt lezen. Op de ruiten centimeterdik ijs. Het druipt van het plafond- alles tocht. We zitten als haringen in een ton. Al maak je met zes houtblokken de kachel aan, warmte geeft het niet (in de kamer ontdooide het ijs nauwelijks), maar de rook is ondraaglijk – en dat de hele winter. In dezelfde kazerne wassen de gevangenen hun ondergoed en bespettten de hele kleine kazerne met water. Je kunt je hier niet keren. Je mag niet naar buiten om je behoefte te doen van de schemering tot zonsopgang, want de kazernes gaan op slot en er wordt in de gang een tobbe neergezet en daarom is het er ondraaglijk benauwd. Alle gevangen stinken als varkens en zeggen dat je zwijnerij niet kunt vermijden, want, zeggen ze, men is toch een ‘levend mens’. We sliepen op kale britsen, alleen een kussen werd toegestaan. We bedekten ons met onze korte pelsjassen en de voeten waren daltijd de hele nacht bloot. Je ligt dus de hele nacht te bibberen. Vlooien, luizen en kakkerlakken met schepels.”

In de dagelijkse omgang met misdadigers verandert zijn mensbeeld. Altijd al twijfelde hij aan de redelijke maakbaarheid van het leven, maar nu neemt hij definitief afscheid van dat mensbeeld. Alle catastrofen komen z.i. niet zozeer voort uit de structuren, als wel uit het hart van de enkeling. De mens met zijn dromen , kwalen, lijden en vervoeringen, bezetenheden en angsten is een tegenstrijdig schepsel. Eén mens en tegelijkertijd niet te begrijpen, noch vast te leggen.

Van de weinige lectuur die hij gedurende die vier jaar heeft, is het Nieuwe Testament het belangrijkste. Daarin ontdekt hij Christus. In een brief aan de vrouw die hem dit Nieuwe Testament gegeven heeft schrijft hij over zijn verlangen naar God:

het N.T. uit het strafkamp

het N.T. uit het strafkamp

“Ik wil u zeggen, dat ik een kind ben van deze tijd, een kind van het ongeloof en de twijfelzucht en het waarschijnlijk (ik weet het zeker) tot aan het eind van mijn leven blijven zal. Hoe ontzettend kwelde mij ( en kwelt mij ook nu) dit verlangen naar het geloof, dat des te sterker is, als ik bewijzen er tegen heb… Ik geloof dat er niets mooiers, diepers, sympathiekers, verstandigers, mannelijkers en volmaakters is als de Heiland; met een jaloerse liefde zeg ik dat zijnsgelijke niet bestaat en ook niet bestaan kan. Nog sterker wil ik het zeggen : Als iemand mij had kunnen bewijzen, dat Christus niet de waarheid is, dan zou ik er voor kiezen, bij Christus en niet bij de waarheid te blijven.”

Verbannen

In 1854 mag hij het strafkamp, – weergegeven in zijn boek ‘aantekeningen uit het dodenhuis’– verlaten, maar moet, inmiddels 32 jaar oud, nog vier jaar als soldaat gaan dienen aan de uiterste oostgrens, in Semipalatinsk.

Dostojevski rechts 1859

Dostojevski rechts 1859

Daar leert hij zijn eerste liefde kennen. Zij is getrouwd, maar niet gelukkig. Haar man drinkt zich dood en Dostojevski vraagt haar ten huwelijk. In 1857 trouwt hij met haar, maar moet gedogen dat ze haar, inmiddels verkregen minnaar aanhoudt. Vernedering loopt als een rode draad door Dostojevski ’s leven evenals door het leven van zijn romanfiguren. Zijn huwelijk blijft kinderloos, hij lijdt aan epileptische aanvallen en de geldnood is groot.

Nationalist

Dostojevski wordt nu een fervent nationalist die Rusland en de Russische religie bewierookt en zich keert tegen het westerse Verlichtingsdenken. Zelf zegt hij: “Ideeën veranderen, maar het hart blijft altijd hetzelfde.”

Bij de dood van tsaar Nicolaas de Eerste, zijn “gevangenbewaarder”, schrijft hij een lofdicht. In 1859 keert hij terug naar de bewoonde wereld, maar mag zich pas aan het eind van dat jaar in Moskou of St. Petersburg vestigen.

In die tijd speelt de vraag of Rusland zich op het westen moet richten , (tsaar Peter de Grote noemde 150 jaar eerder St. Petersburg een venster op het Westen) of dat Rusland zijn eigen identiteit moet behouden. Dostojevski neemt een midden – positie in. De westerse beschaving juicht hij toe, maar het analyserende verstand verwerpt hij. Rusland is principieel anders dan het westen, en moet daarom staan op zijn eigen geboortegrond. Dat geldt ook de Russische intellectueel die door westerse denkbeelden gevormd is. Er is een eenheid tussen het volk en zijn grond. Die eenheid is de ziel van het volk en is ook een eenheid met God. Rusland zal daar beginnen, waar het Westen eindigt, een mythische eenheid, daar waar de gefragmentariseerde, individualistische westerse samenleving uit elkaar zal vallen.

Aantekeningen uit het dodenhuis

TsaarIn deze tijd, 40 jaar oud inmiddels, schrijft hij het begin van zijn ‘aantekeningen uit het dodenhuis’ dat verschijnt in het tijdschrift dat hij samen zijn broer uitgeeft:

“Overal zijn slechte mensen, en onder de slechten zijn ook goeden, haastte ik me te denken om mezelf gerust te stellen. – en , wie weet, misschien zijn de mensen hier helemaal niet zo veel slechter als de anderen, die buiten de hekwerken van het kamp zijn achtergebleven. En terwijl ik dat dacht, schudde ik het hoofd omdat ik zo dacht, en toch – mijn God – als ik toen maar enigszins een vermoeden gehad had, hoe waar juist deze gedachte was.”

Dostojevski’s gevangenkamp duurde geen vier jaar, maar zijn leven lang, zegt een literatuurcriticus.

Intussen breken in St. Petersburg opstanden uit, waarin aanslagen gepleegd worden, huizen in brand gestoken en duizenden mensen het dak boven hun hoofd verliezen en in 1866 wordt er een aanslag gepleegd op tsaar Alexander II.

Europa

Dostojevski begint aan zijn eerste reis naar het vroegkapitalistische Europa die twee en een halve maand zal duren. Hij ‘vliegt’ van de ene stad naar de andere en wordt, door de armoede die hij ziet als gevolg van de industriële revolutie, bevestigd in zijn afkeer van Europa. Zijn ervaringen beschrijft hij in ‘Winterse opmerkingen over zomerse indrukken’. De westerling is in zijn ogen de mens die leeft van zijn titanische trots, grenzeloos egoïsme, winstbejag en blind rationalisme. De ‘broederlijkheid’ van het Russische volk ligt de Westerling niet.

Als in 1863 de Polen in opstand komen, schrijft Dostojevski :

“De Poolse strijd is een strijd tussen twee christendommen – het is het begin van de strijd die komen gaat tussen de Orthodoxie en het Katholicisme, met andere woorden – tussen de Slavische ziel en de Europese beschaving.”

Als hij studenten voorleest uit ‘aantekeningen uit het dodenrijk’ wordt hij verliefd op een 20 jaar jongere vrouw, Apollinaria Suslowa, (die model zal staan voor Katerina Ivanovna in de broers Karamazov) Voor haar reist hij naar Parijs, nadat hij eerst in Wiesbaden het roulettespel heeft leren kennen.

Gokverslaafd

Dat is het begin van zijn gokverslaving. Aan zijn schoonzus schrijft hij :

“Ik heb…5000 franc gewonnen; d.w.z. ik had eerst 10.400 franc gewonnen, het geld naar huis gebracht, in de koffer opgeborgen en besloten de volgende dag uit Wiesbaden te vertrekken en niet meer in de speelzaal terug te keren. Ik heb het echter niet kunnen volhouden en de helft van het geld heb ik weer verspeeld.”

Dostojevski in Parijs 1863

Dostojevski in Parijs 1863

Zo zal hij, gedreven door zijn verslaving, zichzelf en de zijnen menigmaal aan de rand van de financiële afgrond brengen. Een situatie die hem zal dwingen uit geldnood te schrijven en daarom ook onder grote tijdsdruk.

Zijn geliefde in Parijs blijkt inmiddels een andere minnaar te hebben, maar dat verhindert hem, getrouwde man, niet bij haar te blijven.

Intussen lijdt zijn vrouw aan tbc, en zij sterft als hij, teruggekeerd uit Parijs, 43 jaar oud is. Als enkele maanden later ook zijn broer Michael sterft, schrijft hij: “Voor mij heb ik alleen nog maar de epilepsie en een koude, eenzame ouderdom.” Zijn tijdschrift gaat failliet en hij blijft met een grote schuld achter.

 

 Vertwijfeling

Aan een vriend schrijft hij:

“O mijn vriend, ik zou graag weer naar het tuchthuis gaan, alleen maar om zo mijn schulden te betalen en mij weer vrij te voelen. Nu moet ik weer een roman onder de druk van de zweep schrijven, dat betekent uit nood en in grote haast. Dat zal wel werken, maar is het ook mijn doel? De arbeid door de nood gedwongen en omwille van het geld, drukt me neer en verslindt me! .. Ik ga van huis tot huis om geld te verwerven, anders ben ik verloren. Ik vermoed dat enkele een toeval mij kan redden. Van alle energie en kracht is in mijnziel maar een klein beetje vuur overgebleven, een gevoel dat grenst aan de vertwijfeling. Onrust, bitterheid, koude zakelijkheid, een volstrekt abnormale situatie, en bij dit alles de eenzaamheid.”

‘Alle figuren uit Dostojevski ’s werken zijn uit zijn eigen bloed verwekt’ (Fjodor Stepun).

Misdaad en straf

Hij vlucht naar het westen en verkoopt tegen een spotprijs de rechten op zijn werken. In Wiesbaden verspeelt hij weer zijn geld. In deze tijd begint hij aan ‘Misdaad en Straf’ en keert naar St. Petersburg terug.

In ‘Misdaad en Straf’ laat hij zien hoe een rationeel, logisch juiste ideologie in de praktijk het leven van de mens kan ontwrichten. Het hart van de mens kan de theorie niet aan.

Met logica alleen kan men niet verder springen dan de menselijke natuur. Het verstand is niet de maat, daarachter is een wereld die van de natuur en God afgevallen is. In de epiloog beschrijft Dostojevski een koortsdroom van Raskolnikow, de hoofdpersoon van het boek :

woonhuis Raskolnikov

woonhuis Raskolnikov

“Hij had gedroomd dat de hele wereld gedoemd was om ten offer te vallen aan een vreselijke pestziekte, die voor het eerst optrad en uit Midden – Azië naar Europa was doorgedrongen. Allen moesten omkomen op enkele uitverkorenen na. De oorzaak van de ziekte was een nieuw soort trichinen, microscopische wezens, die zich in de lichamen van de mensen nestelden. Maar die wezens waren van geestelijke aard, met verstand en wil begaafd. Allen bij wie ze in het lichaam kwamen werden dadelijk besten en waanzinnig. Maar nog nooit, nog nooit hadden mensen zichzelf zo schrander gevonden, zo onomstotelijk zeker in het bezit van de waarheid, als deze geïnfecteerden. Nooit tevoren waren mensen zo fanatiek als zij doordrongen geweest van de juistheid van hun oordeel, van hun wetenschappelijke conclusies, hun geloofsleer en hun zedelijke overtuiging. Hele streken, hele steden en hele volkeren werden aangetast en verzonken in waanzin. Er heerst een onbeschrijfelijke onrust, niemand begreep een ander, ieder meende alle waarheid alleen te bezitten, raakte bij het zien van alle anderen volkomen van streek, sloeg zich tegen de borst en huilde handenwringend. Men wist niet wie men moest berechten en op welke gronden, men kon het er niet over eens worden wat als goed en wat als kwaad beschouwd diende te worden. Men wist niet wie men moest veroordelen en wie men vrij moest spreken. De mensen brachten in zinneloze woede elkaar om het leven; hele legers trokken tegen elkaar op, maar zodra ze op mars gingen, begonnen die legers zichzelf te verdelgen, de rijen vielen uit elkaar, de strijders raakten onderling slaags, sloegen, staken, beten en verscheurden elkaar. In de steden luidde de hele dag de stormklok, allen werden bijeengeroepen, maar wie hen riep en waarom zij geroepen werden wist niemand en er heerste een verschrikkelijke verwarring……. Slechts enkele mensen op de hele wereld bleven er vrij van en dat waren de reinen en de uitverkorenen, die een nieuwe mensheid en een nieuw leven moesten scheppen, die de aarde moesten vernieuwen en van zonde verlossen en juist die mensen had tot nu toe nog nooit iemand gezien, niemand hand hun stemmen en woorden gehoord.”

monument gevel woonhuis

monument gevel woonhuis

De Speler

Na ‘Misdaad en Straf’ publiceert hij onder grote tijdsdruk, 45 jaar oud, in 26 dagen ‘de speler’. Hij wordt geassisteerd door een stenografe Anna Grigorewna, die tot zijn dood zijn vrouw zal zijn. Met haar maakt hij een reis naar Europa, nadat ze alles, tot en met de inboedel, verkocht hebben. Daar vervalt Dostojevski weer in zijn speelzucht, raakt weer bankroet en begint het vernederende gebedel om geld opnieuw.

Hij schrijft aan zijn vrouw die hij in Genève heeft achtergelaten: “Anja, lieve, ik ben erger als het vee.. alles, alles heb ik verspeeld”. En later “ Anja, lieve, mijn dierbare, ik heb alles verspeeld, alles, alles! O mijn engel, wees niet verdrietig en maak je geen zorgen. (…) Wees ervan overtuigd, eindelijk breekt nu de tijd aan , dat ik je waard zal zijn en je niet meer zal bestelen als een akelige, gemene dief……. Nooit, nooit zal ik meer spelen.”

Een belofte die in het Duits klinkt als eerder realitätssüchtig dan realitätstüchtig.

De Idioot

In Florence voltooit hij in 1869 ‘De Idioot’. Zijn gedachte is in deze roman een ‘volmaakt en mooi mens’ te schilderen. Maar er is er maar één die daar aan kan voldoen en dat is Christus.

De IdiootHij laat dat plan varen en zet dan in het middelpunt van zijn roman ‘de Idioot’ de persoon van vorst Myschkin. Deze wordt door zijn omgeving niet alleen vanwege zijn epilepsie, maar vooral ook vanwege zijn onschuldige wezen, idioot genoemd.

Vorst Christus noemt Dostojevski hem in zijn aantekeningen voor de roman. Myschkin, een vertegenwoordiger van de Russische adel, heeft lange tijd in het buitenland geleefd. Door de hardheid, de kilte en de onverschilligheid die hij daar ervaren heeft is hij in de war geraakt.

Terug in Rusland vindt hij letterlijk en figuurlijk weer grond onder de voeten en hij verkondigt zijn omgeving, die ook ontworteld is, de Russische Christus:   “Wie geen grond onder de voeten heeft, die heeft ook geen God. Dat is geen uitdrukking van mij. Het is een uitdrukking van een oud – gelovig koopman, die ik op mijn reis ontmoette. Hij drukte zich eigenlijk niet zo uit, maar zei : “Wie zijn geboortegrond verloochent, die verloochent ook zijn God.”

De mens in de mens

Dresden Dostojevski monument

Dresden Dostojevski monument

In dit werk komt ook Dostojevski ’s kritische houding t.o.v. de katholieke kerk naar voren (zoals later in de ‘broers Karamazov’ in het hoofdstuk over de grootinquisiteur). De katholieke kerk kiest in zijn ogen voor de macht over de mensen.

In Geneve, 1868, komt zijn eerste kind ter wereld, hij is dan 47 jaar oud, een dochtertje dat na drie maanden overlijdt. Zijn roman de Idioot roept ook teleurstelling op. Men vindt hem niet realistisch genoeg. Dostojevski wil echter geen verslag doen van sociale omstandigheden die de werkelijkheid aan de oppervlakte laat zien, realiteit bestaat uit de diepten van het bewustzijn en de ideeën. Hij wil ‘de mens in de mens vinden’. Hij verhuist naar Dresden waar in 1869 een dochter geboren wordt.

Boze geesten

Een jaar later begint hij aan de roman “Boze geesten”. Luise Rinser zei van deze roman : “het is geen boek dat je leest, maar het is een afgrond waar je in valt”. Het moet een waarschuwing zijn tegen het materialisme, socialisme en atheïsme dat Dostojevski ziet als westerse dwalingen. De boze geesten zijn het eigen ik dat op de troon gezet is en het individualisme als profeet heeft en uitloopt op narcisme. De demonen zijn de Ik – zegger, ze zijn zelf alles in het leven en storten de wereld in de chaos. Hier is voor de hoofdpersoon Stawrogin geen redding. Zijn “leven zonder God” leidt onherroepelijk tot de ondergang.

manuscript Boze Geesten

manuscript Boze Geesten

Hij is een scepticus die “Als hij gelooft, niet gelooft dat hij gelooft; en als hij niet gelooft, niet gelooft dat hij niet gelooft.” Schatow, rekent in “Boze geesten” met zijn leermeester Stawrogin af en zegt: “Het eeuwige doel van alle roerselen van een volk, ieder volk… is altijd en alleen het zoeken naar God , naar zijn God, onvoorwaardelijk naar zijn eigen God en het geloof in Hem als het enig ware… Zou ik God verlaagd hebben tot een bijvoegsel van het nationalisme?.. In tegendeel, ik verhef het volk tot God . En is het ooit anders geweest? Het volk – dat is toch het lichaam van God … Als een groot volk niet gelooft, dat het de waarheid in zich heeft.. als het niet gelooft, dat alleen dit volk geschikt en geroepen is om alle anderen door zijn waarheid op te laten staan en te verlossen, dan verandert het in etnografische stof en houd top een groot volk te zijn. Er is echter maar één waarheid en dientengevolge kan maar één volk de ware God hebben, zelfs als de overige volkeren hun eigen grote goden vereren. Het enige Goddragende volk is het – Russische volk.”

Zijn levenseinde

Dostjevski 1876

Dostjevski 1876

Dostojevski op zijn sterfbed

Dostojevski op zijn sterfbed, getekend door Ivan Kramskoi, 1881

In 1871, 50 jaar oud, keert Dostojevski naar St. Petersburg terug. Hij is vastbesloten de strijd tegen het socialisme en voor de innerlijke vernieuwing van Rusland voort te zetten. In een brief aan Pogodin schrijft hij :

“.. Mijn gedachte berust hierop, dat socialisme en christendom antithesen zijn.”

In mei 1878, Dostojevski is dan 57 jaar oud, sterft zijn jongste zoon Aljosja aan een epileptische aanval. Aljosja heet ook de jongste in de ‘broers Karamazov’. Dostojevski trekt zich tijdelijk terug in een klooster. In de gesprekken met een monnik , voorbeeld voor starets Zosima in Karamazov , vindt Dostojevski troost.

In het najaar van 1878 begint Dostojevski aan zijn grote roman ‘de broers Karamazov ‘. Het motto van de roman is Johannes 12 : 24.

“Waarachtig, ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht.”

Deze tekst is ook later in zijn grafsteen gebeiteld. In dit geval, uit de slechte vader en klokde slechte daad die hij opriep, komen nieuwe vruchten voort. Daarmee worden de woorden vervuld die hij sprak over zichzelf en zijn geloof: Mijn hosanna komt voort uit de vuurproef van de twijfel.

Dostojevski schreef dit werk in drie jaar tijd. ‘Nooit eerder heb ik met grotere ernst geschreven’, zal hij er zelf over zeggen. Het blijkt zijn laatste roman te zijn.

Twee en een halve maand later, op 28 januari 1881, sterft hij. De klok is stilgezet en staat in het Dostojevski museum in zijn laatste woonhuis in St. Petersburg

Hij is dan 59 jaar oud. Op zijn begrafenis komen 60.000 mensen.

begrafenis