Brieven aan Karamazov

Toelichting bij het boek


Woord vooraf

De mens kan de vrijheid niet aan

In het begin van mijn studententijd, nu bijna veertig jaar geleden, las ik voor het eerst ’de gebroeders Karamazov’ (nu : ‘De broers Karamazov’) van Dostojevski. Op een conferentie over de God is dood theologie stond het gedicht van de Grootinquisiteur centraal. Dat hoofdstuk vormt volgens Dostojevski de kern van zijn boek, samen met het voorafgaande hoofdstuk over rebellie. Tijdens die conferentie bleef het bij het lezen van die twee hoofdstukken. Toen ik daarna Karamazov voor het eerst in zijn geheel las, ontdekte ik wat Dostojevski bedoelt als hij zegt dat de rest van het boek een antwoord is op die twee hoofdstukken. Nog niet eerder was Christus mij zo nabij gekomen als in dit boek. Het opende mij de ogen voor de liefde waarmee Christus van de mens houdt, zowel in zijn onwil als in zijn onmacht.

Die onmacht, als het gaat om het geloof in en de navolging van Christus , zag ik in de drie broers Karamazov, Dmitri, Ivan en Aljosja. Niet alleen in hen, maar ook in de mensen om hen heen. Niet alleen in Karamazov maar ook in de andere werken van Dostojevski en uiteindelijk ook in zijn eigen leven. Niet alleen daar, maar ook in het pastoraat en de mensen om mij heen.

Die onmacht nu is de kern van het gedicht over de Grootinquisiteur. Die stelt vast dat de mens de vrijheid die Christus hem geeft, niet aankan. De mens kan niet voor God kiezen zoals Christus dat deed. Hij, Christus, moet de mens die eisen dan ook niet opleggen. Om zijn invloed te weren laat de Grootinquisiteur Hem letterlijk en figuurlijk gevangen zetten. Hij doet dat heel geslepen door van de kerk een systeem te maken waarin mensen elkáár bevestigen. Men geeft elkaar wat men verlangt. Christus’stem wordt op subtiele én grove wijze het zwijgen opgelegd.

In verzet tegen de tijdgeest

Dostojevski verzette zich tegen de geest van zijn tijd. Het rationalisme en de ideologieën die uit de Franse Revolutie voortkwamen en het daarmee gepaard gaande dedain ten opzichte van het geloof en de gewone gelovige, zag hij als een groot gevaar. Het zou de Russische volksziel waarin Christus leefde, vernietigen. In zijn dagboek schrijft hij:

“…..geef al die moderne hogere leraren de volle gelegenheid om de oude maatschappij af te breken en nieuw op te bouwen – en er komt zo’n duisternis, zo’n chaos, iets zo grofs, blinds en onmenselijks te voorschijn dat het hele gebouw onder de verwensingen van de mensheid ineen zal storten nog voor het voltooid is. Wanneer de menselijke geest Christus eenmaal heeft afgezworen kan hij tot verbijsterende resultaten komen. Dat is een axioma. Europa zweert Christus , althans voor zover het de hoogste vertegenwoordigers van haar denken betreft, af, en wij zijn zoals bekend verplicht Europa na te volgen.”

In ‘De broers Karamazov’ laat hij zien wat een dergelijke theorie aanricht. De hooghartige Ivan, de tweede van de drie broers, die om niemand echt lijkt te geven, filosofeert over een wereld zonder God. Dmitri, zijn oudste broer, leeft als van God los. Zijn leven wordt een chaos. Aljosja, de jongste broer omringt hen beiden met liefde omdat hij de liefde van Christus heeft leren kennen. In alle Karamazovs zijn ‘twee afgronden’[2] aanwezig, maar is ook Christus in beide afgronden. Nergens wordt Zijn grootheid zo geschilderd als in dit boek. Niet direct, maar indirect. Als Aljosja, onzichtbaar en toch overal aanwezig.

In verzet tegen de hooghartigheid van de rede

De diepten die Dostojevski in het verstaan van het evangelie bereikt zijn te horen in het woord van Dmitri als hij veroordeeld is tot een Siberisch strafkamp.

“O ja, we zullen ketenen dragen, we zullen onvrij zijn, maar dan, op het toppunt van ons verdriet, zullen we opnieuw verrijzen in een vreugde zonder welke een mens niet kan leven, en God moet er zijn, want God geeft vreugde, dat is Zijn privilege, een heel groot privilege…. Lieve Heer, laat de mens wegsmelten in het gebed! Hoe moet ik daar onder de grond zonder God leven? Rakitin liegt : als ze God van de aarde wegjagen, dan onthalen wij Hem onder de grond! Een dwangarbeider kan niet leven zonder God, die heeft God nog meer nodig dan een niet dwangarbeider! En dan heffen wij, ondergrondse mensen, vanuit de ingewanden der aarde een tragische lofzang aan op God die de vreugde heeft ! Leve God en zijn vreugde! Ik houd van Hem !”

Hier wordt een weerwoord gegeven op alle denken dat vanuit de hooghartigheid van de rede God dood verklaart of Christus als de verlosser van mensen van deze aarde wegjaagt. Als dat zou gebeuren zullen de geketenden onder de grond de lofzang zingen en zo zou Hij in hun ketenen én lofzang present zijn. Het is ook Paulus die ik hier hoor. Geketend én toch een lofzang.

Immers, ik besef dat in mij, in mijn eigen natuur, het goede niet aanwezig is. Ik wíl het goede wel, maar het goede doen kan ik niet. Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik.(..) Wie zal mij, ongelukkig mens, redden uit dit bestaan dat beheerst wordt door de dood? Dat doet God! Dank aan hem door Jezus Christus, onze Heer. Romeinen 7

Dat tekent niet alleen Paulus, maar dat is ook het geloof van Abraham die tegen hoop op hoop geloofd heeft. Die toen alles onmogelijk geworden was vanuit zijn ketenen God de eer gegeven heeft. Door Paulus beschreven in Romeinen 4: 19 ev.

En zijn geloof verzwakte niet toen hij, ongeveer honderd jaar oud, besefte dat zijn krachten hem hadden verlaten en Sara niet langer vruchtbaar was.  Hij twijfelde niet aan Gods belofte; zijn geloof verloor hij niet, integendeel, hij werd erin gesterkt en bewees zo eer aan God.  Hij was ervan overtuigd dat God bij machte was te doen wat hij had beloofd,  en dat werd hem als een daad van gerechtigheid toegerekend.  En dit is niet alleen voor hem geschreven,  maar ook voor ons, want ook wij zullen als rechtvaardigen worden aangenomen omdat we geloven in hem die Jezus, onze Heer, uit de dood heeft opgewekt:  hij die werd prijsgegeven om onze zonden en werd opgewekt omwille van onze rechtvaardiging.

Brieven aan Dmitri

Toen ik, in het kader van mijn studieverlof in 2007 in Woerden, aan een studie over deze gedeelten begon, zocht ik naar een concrete situatie van waaruit deze woorden belicht zouden kunnen worden. In de Karamazovs vond ik mensen waar deze woorden tot leven kwamen en waar deze woorden ook licht op hun leven wierpen. Van daaruit kwam ik op de gedachte aan deze Karamazovs met hun vragen en hun pijn pastorale brieven te schrijven en in die brieven mijn studie te verwerken. Het zijn brieven over Paulus, Luther of Bonhoeffer, waarin ik hun gedachtegoed probeer weer te geven, zoals dat voor mij betekenis heeft gekregen.

Zo begon ik met een brief aan Dmitri te schrijven over en vanuit Paulus. Hoe zou Paulus antwoorden op de vragen van de Karamazovs? Om dat te weten, bestudeerde ik o.a.‘James Dunn, the Theology of Paul the Apostle’.

Omdat Paulus over Abraham schrijft als de vader van alle gelovigen, schreef ik in deze brief ook over de hoop en Joods geloven. Daarbij hielp mij de Jood Pinchas Lapide.

Een volgende stap was Maarten Luther in een brief aan Dmitri voor te stellen. Luthers grote ontdekking was dat God genadig is.

De schreeuw van Paulus, ‘vlees verkocht onder de zonde’ herkende ik echter het sterkst bij Kohlbrugge. “Kohlbrugge is geen voedsel, maar medicijn”: zei een collega tegen me. Dat medicijn kon Dmitri goed gebruiken. Maar mensen nemen een medicijn pas in als ze weten dat ze ziek zijn.

Hier heeft Nietzsche me geholpen die de vrome mens op meesterlijke wijze ontmaskert. Ik liet Nietzsche als een sloper van alle christelijke zelfinbeelding aan Kohlbrugge voorafgaan.

Toen ik bij Kohlbrugge het Lutherse adagium ‘enkel nog de hoop op enkel nog God‘ als door een vergrootglas gezien had, kwam natuurlijk de vraag, waar blijft dan de mens? Bij het beantwoorden van die vraag heeft Bonhoeffer mij in het verleden de weg gewezen. Daarom schreef ik Dmitri ook een brief over hem om te waarschuwen voor de goedkope genade.

Brieven aan Ivan

Ivan was ik inmiddels ook begonnen te schrijven. Ivan is de eigenlijke veroorzaker van het feit dat Dmitri ‘met de hielen omhoog’ de afgrond in dook. Het zat al in Dmitri, hij was een Karamazov, maar Ivans theorie dat als God niet bestaat alles geoorloofd is, gaf hem het laatste noodlottige zetje.

Ivan te schrijven vroeg om een andere invalshoek, minder pastoraal, meer confronterend. Luther liet ik antwoorden op Ivans vraag naar het lijden van kinderen. Bonhoeffer liet ik fictief reageren op het gedicht over de Grootinquisiteur.

Van het een kwam het ander. Het leek me dat ik nu ook het antwoord van Dostojevski zelf moest geven. Vanuit zijn dagboek en brieven, maar ook vanuit de roman zelf. Zo werden er nog twee hoofdstukken aan toegevoegd over starets Zosima en Aljosja. Een biografie over Dostojevski zelf en een schets van de verschillende hoofdpersonen, leek mij daarbij ook noodzakelijk.

Brieven aan Karamazov

Zo ontstond dit boek “Brieven aan Karamazov”. Professor dr. G. van den Brink, die mij tijdens mijn studieverlof begeleidde, ben ik zeer erkentelijk voor zijn vertrouwen en begeleiding.

Iets over de indeling: Dmitri heb ik voorop gezet, want hij is de vleesgeworden gedachte van Ivan, dat als God niet bestaat, alles is geoorloofd. Ivan volgt op Dmitri omdat hij de verborgen drijfveer is in het leven van Dmitri. Aljosja komt daarna als de gezant van God die de vergeving en verzoening verkondigt.

Geestelijke weg

Dit boek is ook een verslag van de geestelijke weg die ik zelf gegaan ben en nog steeds ga. Dostojevski en alle anderen hier genoemd zijn daarbij voortdurend mijn voorgangers en leidslieden geweest.

“Een echt christen is dus mogelijk en het christendom alleen kan Rusland redden van het kwaad. Ik bid God dat ik zal slagen, als mijn inspiratie het maar uithoudt. De hele roman is hierom geschreven, als het maar mag lukken.”

schreef Dostojevski aan zijn uitgever. Rusland heeft hij er niet mee kunnen redden, maar ik ben er van overtuigd dat hij voor velen in en buiten Rusland – en daar ben ik er één van – van grote betekenis is geweest. Zijn boek zette mij aan om het boek der boeken, de bijbel te gaan lezen. Hij ‘overhandigde” mij de bijbel zoals een vrouw hem die overhandigde toen hij op weg was naar het strafkamp in Siberië. Hij schrijft daarover:

 “Ik wil u vertellen dat ik een kind van deze tijd ben, een kind van het ongeloof en de twijfel en het waarschijnlijk (nee zeker) tot aan het einde van mijn leven blijven zal. Hoe vreselijke kwelde mij (kwelt mij ook nu) het verlangen naar het geloof, dat steeds sterker wordt naarmate ik bewijzen er tégen heb…. Ik geloof dat er niets mooier, dieper, sympathieker, verstandiger, mannelijker en volkomener is dan de Heiland ; ik zeg met een jaloerse liefde tegen mezelf, dat zo iemand er niet alleen niet is, maar ook niet zijn kan. Ik wil het nog sterker zeggen: Als iemand mij had kunnen bewijzen, dat Christus de waarheid niet is, dan zou ik er toch voor kiezen bij Christus en niet bij de waarheid te blijven.”

Geraadpleegde literatuur

Er staan nogal wat verwijzingen in de tekst. Het is echter geen wetenschappelijk werk, maar veel meer een persoonlijk verslag, geschreven vanuit mijn ervaring met Dostojevski en genoemde kerkvaders. Noem het een theologische biografie die dan ook als zodanig gelezen wil worden.

In het bijzonder noem ik de dissertatie van E. van der Veer ‘Cruciale verborgenheid” over Luthers kruistheologie en de dissertatie van M.F.M. van den Berk over Bonhoeffer “Boeiend en geboeid”.

Bloemlezing

Ik heb er voor gekozen om in de schetsen van de broers en in de brieven zoveel mogelijk letterlijke citaten op te nemen. Daarmee wordt dit boek ook een bloemlezing uit ‘de broers Karamazov’ en de geschriften van genoemde theologen. Een aantal citaten worden herhaald: vanwege hun belang, maar ook opdat iedere brief op zichzelf gelezen kan worden. Ik hoop dat de “bloemlezing”een aanzet zal geven om de betreffende auteurs zelf te gaan lezen.

Hoe ‘De broers Karamazov ‘ te lezen?

‘De broers Karamazov’ is de titel van de nieuwste vertaling. Het boek bestaat uit twaalf boeken en een epiloog die elk een zelfstandig geheel vormen volgens Dostojevski. Er lopen verschillende verhaallijnen door elkaar. Er zijn verhalen in verhalen die ook weer op zichzelf staan. Deze roman kan daarom het beste benaderd worden als een boswandeling. Ik kies voor dit beeld omdat je soms door de bomen het bos niet meer ziet. Wie gaat wandelen heeft niet direct een doel, maar wil vooral genieten van de omgeving en van wat hij zoal tegenkomt. Een wandelaar heeft de tijd om zo nu en dan te gaan zitten en te peinzen. Hier en daar zal hij ook een gesprekje voeren en zo onverwacht mensen ontmoeten die hem aan het denken zetten. Zo kan men ook door deze roman wandelen. Men moet de tijd nemen en niet bang zijn voor weggetjes die niet op de kaart staan. Juist daardoor kan het zijn dat je in één keer op een open vlakte met weidse vergezichten staat.

Wie wil reizen van a naar b en dat, met het verlangen de huidige reiziger eigen, zo snel mogelijk en zonder vertraging wil doen, zal in deze roman het spoor bijster raken. Die zal veel zijwegen als nutteloze omwegen zien. Als hij dan bij zijn einddoel aangekomen is, zal hem echter wel veel van de schoonheid onderweg ontgaan zijn. Hij heeft zijn doel snel bereikt, maar weinig gezien.

Wie wandelt maakt een wandeling vaak meerdere malen. Daar nodigt dit boek toe uit. Om een leven lang van tijd tot tijd terug te keren en zo de herinnering aan de schoonheid weer op te roepen. Dan zal men ontdekken dat er veel nog niet gezien is en dat de jaargetijden van het leven het boek ook telkens weer een andere kleur geven. In de herfst is het toch weer anders dan in de lente. Kortom een van de weinige boeken die je niet kunt uitlezen.

Anderen over ‘De broers Karamazov’

“Dostojevski lezen is een confrontatie met jezelf aangaan”, heeft iemand gezegd. Ik zou het zo willen zeggen : de diepste drijfveren van een mens worden bloot gelegd en het is alsof je in een spiegel kijkt. Een vergrootspiegel weliswaar, en soms een lachspiegel, maar hoe vervormd je jezelf ook in zijn romanpersonen kunt zien, toch herken je jezelf nog. Alle uiterlijke schijn,(en daar horen ook onze dromen bij) wordt ontmaskerd, niet zonder mildheid en genade, ook niet zonder humor en soms met een beetje spot.

Dostojevski schildert uitersten. Zijn romanfiguren zijn in hun handelen de uiterlijke en uiterste consequentie van hun verborgen drijfveren en gedachten. ‘De gestalten van Dostojevski horen hem niet toe’, zegt Guardini, zij volgen hun eigen wetmatigheden en zijn dieper dan Dostojevski zelf. Onder hun ideeën en gedachten zijn de diepere krachten van hun ziel en wil aan het werk. Ze komen in die zin telkens opnieuw tot leven als ze in gesprek gaan met de lezer of de tijd waarin de lezer leeft.

Freud noemt ‘De broers Karamazov’ de beste roman die ooit geschreven is, Nietzsche noemt Dostojevski de enige psycholoog van wie hij werkelijk iets geleerd heeft.

De Rus, zegt de Dostojevski- kenner Onasch , heeft de droge geleerdenwijsheid van de Duitse theologie uit de 19e eeuw, in een literaire jas gestoken. En hij heeft mensen laten zien die het bewijs vormen van Christus‘ leer.

Dostojevski’s leven zou een roman van zijn eigen hand kunnen zijn en is dat in zekere zin ook. ‘Alle figuren uit Dostojevski ’s werken zijn uit zijn eigen bloed verwekt’ (Fjodor Stepun).

Als het in zijn romans gaat om mensen in moeilijke, ongelukkige en onverdraaglijke omstandigheden (die ze zelf vaak oproepen), dan is dat geschreven vanuit eigen, vaak pijnlijke ervaringen. Zijn vader, arts – directeur van een verpleeghuis, wordt op zijn landgoed door lijfeigenen vermoord. Hij, de vader, is na de dood van zijn vrouw verslaafd geraakt aan de alcohol, gedraagt zich als een bruut tegenover zijn lijfeigenen en geeft zich over aan seksuele uitspattingen met de familie van zijn lijfeigenen. Een moord die Dostojevski, dan 18 jaar oud, aangrijpt, omdat hij zijn vader haat (en tegelijkertijd ook van hem houdt en liefdevol over hem kan schrijven) en zich daardoor schuldig voelt aan de moord.

Achtergrond

In ‘De broers Karamazov’ is de vader een figuur van een ongekende liederlijkheid. Deze vader wordt vermoord door een van zijn zonen. Een thema dat Dostojevski niet alleen aangereikt is uit eigen ervaring(zijn vader, landgoedeigenaar, werd door zijn lijfeigenen vermoord) maar waar hij ook bijna dagelijks mee geconfronteerd werd in de kranten. Berichten over ambtenaren en bestuurders die het slachtoffer worden van de ‘populisten’ zijn in die dagen aan de orde van de dag. De eerste roerselen van de grote revolutie worden zichtbaar, bijvoorbeeld. in de aanslag op de tsaar in 1866. Een regeringscommissie schrijft over het volledig falen van de bovenklasse om een betrekkelijk kleine groep revolutionairen in bedwang te houden. Zichtbaar wordt dat radicale theorieën leiden tot radicale daden en er. is geen morele instantie die het kwaad kan keren. Een uitgever schrijft aan Dostojevski over het morele abces dat ‘ons leven opvreet’. In die tijd schrijft Dostojevski ‘De broers Karamazov’, nog vol van verdriet over de dood van zijn driejarig zoontje Aljosja. Aljosja wordt de hoofdpersoon van het boek, hij is de eerste en de laatste die genoemd wordt. Eigenlijk is het boek geschreven als het eerste deel van een tweeluik. Aljosja (mijn held noemt hij hem) zou daarin de hoofdpersoon worden. Dat is hij ook al in het eerste deel, maar dan verborgen. Overal aanwezig, maar niet zichtbaar. Dienend en verzoenend staat hij in het leven. Aljosja is in zijn persoon het antwoord van Dostojevski op de vragen van zijn tijd.

Inhoud

Drie broers zien elkaar voor het eerst als ze in het provinciestadje waar hun vader woont, bij elkaar komen om een erfenis te regelen. Het gaat om de erfenis van de moeder van Dmitri, de eerste vrouw van Fjodor Pavlovitsj Karamazov, Dmitri’s vader. De oude heer is door bedrog en leugen rijk geworden. Hij is niet te beroerd om ook zijn eigen kinderen te bedriegen. Met zijn oudste zoon Dmitri is hij niet alleen in een conflict gewikkeld om de erfenis, maar ook om Groesjenka, een knappe vrouw van 22 jaar. Zij speelt hen beiden tegen elkaar uit om er zelf beter van te worden.

Dmitri laat zich door haar het hoofd op hol jagen en wil zijn hele vermogen en zijn verloofde Katja voor haar op het spel zetten. Hij vraagt zijn broer Ivan om raad en komt onder zijn invloed. Ivan verkondigt dat als God niet bestaat alles geoorloofd is. Dat ziet Dmitri als een vrijbrief zijn gang te kunnen gaan en zijn geweten te sussen.

Als de vader wordt vermoord, wijzen alle sporen naar Dmitri. Hij wordt ook voor de moord veroordeeld. Eventuele andere sporen, naar zijn broer Ivan en Smerdjakov, een onwettig kind van zijn vader, worden niet gevolgd. Dmitri wordt veroordeeld tot dwangarbeid in Siberië.

Aljosja, de derde zoon, is kloosterling. Hij verlaat het klooster en deelt in de pijn en vertwijfeling van zijn broers. Hij is het die zij in vertrouwen nemen en bij wie ze zich geborgen weten.

De personen hieronder genoemd zijn van belang voor ‘Brieven aan Karamazov’ en zijn een selectie.

Personen:

  • Fjodor Pavlovitsj Karamazov : vader en landheer
  • Dmitri Karamazov: oudste zoon uit het eerste huwelijk
  • Ivan Karamazov: tweede zoon uit het tweede huwelijk
  • Aljosja Karamazov: derde zoon uit het tweede huwelijk
  • Zosima: starets
  • Katja (Katerina Ivanovna): verloofde van Dmitri
  • Groesjenka: geliefde van Dmitri, begeerd door zijn vader Fjodor
  • Smerdjakov: buitenechtelijke zoon van Fjodor
  • Liza: verliefd op Ivan én Aljosja

Voor ’De broers Karamazov’ heb ik de nieuwste vertaling van A. Langeveld gebruikt, uitgegeven bij G. A. van Oorschot, Verzamelde werken deel 9.